De miljonairstaks (en zeven andere ideeën om de samenleving te veranderen)

Zestien doeners die durven dromen, brengen in dit boek acht overrompelende kleuren samen. Een palet van acht verrassende ideeën die de samenleving creatief uitdagen.

Mijn beoordeling:  4 out of 5 stars (4 / 5)

Laat ik direct beginnen met wat positieve kritiek wat betreft de titelkeuze. De subtitel : “en zeven andere briljante ideeën om de samenleving te veranderen” had best wat sterker gemogen. De zestien schrijvers die zich, in duo, over deze acht hoofdstukken buigen halen hun bewijsvoering immers allemaal uit praktijkvoorbeelden die stuk voor stuk, ergens ter wereld, een samenleving veranderde. Het zijn dus niet zozeer ideeën dan wel realisaties die hun succes nog dagelijks bewijzen. Met andere woorden fuck TINA, er zijn wel degelijk alternatieven.

Neem nu de miljonairstaks.

Als ik mijn vrienden en kennissen bezig hoor, dan denken ze allemaal te zullen moeten betalen. In dezelfde ademstoot vernoemen ze de kapitaalvlucht en de mislukking van Hollande en zijn vermogensbelasting van 70 procent. Als dat ergens drie examenvragen zouden zijn in de richting economie, ze kregen allemaal dezelfde puntenscore: “Nul op honderd, u bent niet geslaagd.”

“De taks slaat alleen op fortuinen van meer dan 1 miljoen euro, bovenop de eigen eerste woning met een waarde tot 500.000 euro.” Ik heb zo geen vrienden, believe me. Het kapitaal dat een land als Frankrijk ontvluchtte weegt hoegenaamd niet op tegen de extra inkomsten die werden aangeboord en er is nog steeds een miljonairstaks in Frankrijk. Dat is dan ook het verschil: miljonairstaks versus vermogensbelasting.

Het tweede hoofdstuk vond ik ietwat teleurstellend, al is er een quote van Barbara Epstein die het geheel wondermooi samenvat: “Voor veel mensen, vooral professionals, lijkt werk wel een religie. Alsof hun baan hun einge geldige bron van identiteit is.”

Ik durf daar gerust verder in gaan want ken genoeg mensen die denken dat ze onmisbaar zijn op hun werk, probleemloos delen van hun vrije tijd besteden aan dat werk en daar maar al te graag met pronken ook.

Nochtans hoef je geen genie te zijn om te weten dat dit een basisoorzaak is van een hoop problemen die meestal beginnen bij tijdsgebrek in de privé en jobgebrek in de samenleving. Net zoals je geen genie hoeft te zijn om te beseffen dat een 30-uren week perfect kan en bovendien een oplossing is.

Dat laatste komt er echter wat mij betreft iets te weinig uit.

Het hoofdstuk over het rode Wenen, met de verbeeldende titel ‘De Weense woonwals’, is een absolute must read voor velen. Maar liefst 60% van de 1,7 miljoen inwoners leven in een huurwoning van de stad of een woningcoöperatieve. Leven is bovendien de juiste omschrijving en niet wonen.

Al deze woningen overstijgen de basisbehoeften en verschillende onder hen wonnen prestigieuze architectuur prijzen. Het pleidooi van huidige regeringen, bij ons, voor minder sociale huisvestingen en meer minimalisme binnen nieuwe projecten wordt in dit hoofdstuk met de grond gelijk gemaakt.

Wat ik wel mis is de ondergraving van het tegenargument van rechts, dat sociale woningen prijzen kelderen en niet samen kunnen gaan met privé woningen. Want dat klopt ook niet en ook daar zijn praktijkvoorbeelden van terug te vinden. Het had er dus gerust mee ingemogen van mij.

‘Dokters zonder drempel”, is dan weer een hoofdstuk waarin Pvda bij ons zelf pioneer is. De dienstverlening die zij ontwikkelden werkt, daar is geen ontkennen aan. België staat trouwens maar op de 20ste plaats inzake toegankelijkheid tot de huisarts en in 15 van de 27 EU-landen is een raadpleging gratis.

Al wie dus zegt dat gratis niet bestaat, die is oftewel slecht geïnformeerd of van slechte wil. Voor mijn vrienden en kennissen telt het eerste, voor de huidge beleidsmensen bij ons het tweede.

Het hoofdstuk rond onderwijs trapt direct een open deur in. Op de leeftijd van 15 jaar zit driekwart van onze kinderen uit de 10% rijkste gezinnen in het ASO. Voor de groep van 10% armste is dat slechts een kind op zeven. Dat heet: sociale segregatie.

In dit hoofdstuk neemt men het Finse onderwijs onder de arm, waar men geen watervalysteem kent en dat volgens OESO-onderzoek de primus is van de klas. De schrijvers zijn ook zo eerlijk om er direct bij te schrijven dat ze zich niet blindstaren op dit onderzoek, hier dus geen halve waarheden om het eigen grote gelijk te staven.

Maar dat het werkt bewijst de praktijk op zich.

Het zesde hoofdstuk was voor mij het meest aangrijpende, waarschijnlijk omdat ik dit niet wist. Het gaat over ‘De klimaatneutrale stad’ en voorwaar,de Pruisen hebben er al enkele. München, waar men komaf maakte met winstmaximalisatie op korte termijn en waar de stad een eigen nutsbedrijf heeft, is het eerste voorbeeld dat men aanhaalt.

In Stuttgart waren water, gas, stroom en het warmtenet geprivatiseerd. Burgers verzamelden handtekeningen, namen zelf het heft in handen en sinds 2010 is alles van openbaar nut terug openbaar bezit. 100 procent groene stroom, 100 procent Stuttgart, dat is nu het doel. Duitsland krioelt ondertussen van zulke plaatsen en steden.

En de kapitalisten van weleer staan er bij en kijken er naar. Niks te TINA!

Dat discriminatie nog steeds een grote onderstroom kent bij ons dat is een understatement. Nochtans is het makkelijk aantoonbaar. Zolang woordvoerders, zoals die van Federgon, op discriminatie blijven reageren door uitspraken te doen zoals: “Ja maar, het is uiteindelijk de klant die beslist”, blijft het foutlopen.

En dus dringt een praktijktest zich op. Het is en blijft een thema dat niet te vatten is in meerdere boeken, laat staan één hoofdstuk, maar als aanzet toch de moeite waard. Een ander beleid is nodig en dat begint bij het probleem aanpakken bij de wortel. Discriminatie kan niet. Punt.

Het laatste hoofdstuk gaat over volksparticipatie en natuurlijk gaat het dan over Zwitserland met zijn referenda. Elk jaar halen er wel enkele het nieuws, zelfs bij ons. Het is bovendien een wereldwijd gegeven dat mensen overal meer inspraak willen en ook krijgen. Technocratie is niet meer, de brede concensus is de toekomst.

In diezelfde trend had ik graag nog een negende hoofdstuk gezien, over politieke vernieuwing. Waarbij politiekers geen halve weerheden meer mogen verkondigen, waarbij de gewone burger meer inspraak krijgt, ver weg van enkel de verkiezingsdans.

Maar zo hadden het er misschien wel 20 kunnen worden natuurlijk.

De slotsom is dat de 156 bladzijden lezen als een trein, zonder veel scrabble woorden, onderbouwd met praktijkvoorbeelden die allemaal op zich rechtse dogma’s onderuit halen. Daar ligt dan ook het jammere van dit boek natuurlijk, rechts zal dit te weinig lezen, uit schrik om te beginnen beseffen dat TINA de grootste leugen ooit is en dat er wel degelijk alternatieven zijn.

A must read dus, en zeker voor mijn rechtse vrienden en kennissen.

Ik begon met wat positieve kritiek, afsluiten doe ik met een bedenking want ik mis het wij-gevoel in dit boek. In elk hoofdstuk schrijven de schrijvers uitdrukkelijk ‘ik’. Daar zal wel een strategie achter steken, maar de zestien hadden in mijn ogen beter geschreven vanuit ‘wij’.

Spread the love
  • 88
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
    88
    Gedeeld

Leave A Comment?

U bent geen robot, toch? * Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.