Het basisinkomen als breekijzer tegen de vakbonden?

Michel Bauwens en Rogier De Langhe zien het basisinkomen als een middel om de macht van vakbonden (“die enorme vergoedingen opstrijken”) in te perken. Er zijn nochtans goede redenen te verzinnen om vakbonden net wel een cruciale plaats te geven in de discussie over een basisinkomen.

CD&V heeft de deeleconomie – ook wel de peer-to-peermaatschappij genoemd – in de armen gesloten. Het begon met Jean-Luc Dehaene die de laatste jaren van zijn leven met het boek De wereld redden van Michel Bauwens en Jean Lievens onder de arm liep. CD&V-voorzitter Wouter Beke stapt mee op de trein en schreef vorig weekend in De Morgen dat “de deeleconomie de wereld kan redden”.

In datzelfde stuk zette Beke wel vraagtekens bij het basisinkomen. Michel Bauwens en Rogier De Langhe, een economiefilosoof aan de Universiteit Gent, schreven een repliekwaarin ze het basisinkomen verdedigen. Dit blijft merkwaardig genoeg een discussie binnen CD&V. Rogier De Langhe was vorig jaar nog lid van de congrescommissie van JongCD&V.

Terwijl links in Vlaanderen vooral bezig is met de langst aanslepende voorzittersverkiezing ooit en mogelijke frontvorming in 2018, trekt CD&V het debat over de toekomst van de welvaartsstaat en de economie naar zich toe. Best tragisch allemaal. Voor links dan toch.

Factcheck? Iemand?

Maar daar gaat dit stuk niet over. Wel over een aantal redeneringen in het artikel van Bauwens en De Langhe. “Het wordt stilaan onverdedigbaar dat traditionele mastodonten zoals vakbonden en mutualiteiten enorme vergoedingen opstrijken voor hun rol als middenveld terwijl het nieuwe middenveld dat ontstaat rond thema’s als duurzaamheid en gezonde levensstijl veelal is aangewezen op karige cultuursubsidies”, schrijven De Langhe en Bauwens.

Een basisinkomen zou in die optiek dan een nieuw financieringsmodel zijn voor het middenveld. Nu moeten zij hengelen naar subsidies om personeel te betalen. Via het basisinkomen zou dat personeel zelf kunnen beslissen hoeveel tijd ze vrij willen maken voor de organisatie of beweging waarin ze actief zijn.

De redenering van Bauwens en De Langhe is zowel strategisch als inhoudelijk problematisch. De vakbonden staan huiverig tegenover een basisinkomen. Een dergelijke gratuite uithaal over de “enorme vergoedingen” die vakbonden opstrijken, zal daar niet bij helpen. Het argument dat vakbonden veel te veel geld krijgen voor de uitbetaling van werkloosheidsuitkeringen, is al in verschillende factchecks gesneuveld.

Ten eerste zijn de vakbonden nu al de helft goedkoper dan de overheidsinstelling de Hulpkas. Bij het ACV bijvoorbeeld bedraagt de administratiekost 16,36 euro per dossier. Bij de Hulpkas is dat 29,17 euro per dossier. Bovendien verliezen de vakbonden geld aan die uitbetaling. “Over het algemeen eindigen de bonden de laatste jaren altijd in de min”, liet de RVA een tijd geleden weten.

De redenering van Bauwens en De Langhe sluit trouwens aan bij die van Roland Duchâtelet, de ondernemer die ooit een partij oprichtte om het basisinkomen te promoten. “Het basisinkomen is zo’n geniaal systeem, dat vakbonden niet meer nodig zijn”, schreef hij onlangs aan De Morgen.

De rol die de Belgische vakbonden spelen in het maatschappelijk middenveld is historisch gegroeid. Het waren de werknemers zelf die stukken van de sociale zekerheid hebben opgebouwd door een deel van hun inkomen te stoppen in werkloosheids- en pensioenkassen. In het grote sociale compromis na de Tweede Wereldoorlog gaven de arbeidersbewegingen hun hulpkassen af aan de overheid, maar in ruil mochten ze de sociale zekerheid mee beheren. De vakbonden bleven ook de werkloosheidsuitkeringen uitbetalen.

Basisinkomen als loonsubsidie?

Het basisinkomen kent een aantal notoire neoliberale aanhangers. Die hebben meestal twee motieven. Ten eerste wordt het basisinkomen gezien als een middel om de fijnvertakte boom van de sociale zekerheid om te hakken. “We moeten het samenraapsel van specifieke welzijnsprogramma’s vervangen door één alomvattend programma van inkomenssupplementen in cash”, schreef Milton Friedman, één van de grondleggers van het neoliberalisme.

Tweede neoliberale argument voor het basisinkomen is dat het een loonsubsidie kan zijn voor de werkgevers. De Britse econoom en Nobelprijswinnaar James Meade schreef in 1995 dat de volledige werkgelegenheid van na de Tweede Wereldoorlog nooit meer zou terugkeren, tenzij de lonen ver onder het bestaansminimum zouden zakken. Het verlies aan koopkracht voor mensen die zo’n laagbetaalde jobs doen zou dan kunnen opgevangen worden met een basisinkomen.

Om al die redenen is het net wel een goed idee om het basisinkomen een plaats te geven binnen de sociale zekerheid. Het kindergeld – een vaste som voor elk kind – heeft al heel wat kenmerken van een basisinkomen. Je zou ook enkele uitkeringen zoals bij zorgverlof veel minder voorwaardelijk kunnen maken. Dat zouden de eerste stappen kunnen betekenen in de richting van een basisinkomen dat niet tegenover de bestaande sociale zekerheid staat, maar er net uit ontspruit.

En als een dergelijk basisinkomen een pijler wordt van de sociale zekerheid kunnen de vakbonden ook hun rol blijven spelen. De economen Kavanagh en Clark schrijven: “Het bestaan van een minimumloon, sterke vakbonden en strenge pro-werknemers-wetgeving zijn essentieel om te verhinderen dat het basisloon uitdraait op een loonsubsidiepolitiek.”

Met andere woorden: zelfs wanneer een volwaardig basisinkomen er komt, dan blijft het absoluut noodzakelijk dat er onafhankelijke organen bestaan die waken over de rechten van werknemers. De grens tussen een basisinkomen dat emanciperend werkt en een basisinkomen dat verdoken subsidie is voor werkgevers, is dun. Die grens moet dus constant bewaakt en heronderhandeld worden. Wie anders dan de vakbonden zijn daar het meest geschikt voor?

Tijd dringt

Misschien wordt het tijd voor links om deze discussie over het basisinkomen naar zich toe te trekken. Of we het nu graag hebben of niet, de structurele economische condities waarop de klassieke welvaartsstaat rustte zijn vervaagd, waardoor het concept van de welvaartsstaat zelf moet herdacht worden. De creativiteit om die welvaartsstaat te herdenken is tegenwoordig vooral te vinden aan de rechterzijde. Met alle asociale gevolgen van dien.

De urgentie is hoog om arbeid, solidariteit en de rol van het middenveld te herdenken en opnieuw vorm te geven op een geloofwaardige wijze. Maar nooit eerder was de ideeënarmoede op links zo schrijnend in Vlaanderen. Het wordt dus hoog tijd om opnieuw te durven denken. En daarna te handelen.

Van Thomas Decreus en Christophe Callewaert verschijnt dit najaar bij EPO het boek Dit is morgen over het basisinkomen en andere recepten voor de toekomst.

Brom: De Wereld Morgen

Spread the love
  • 35
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
    35
    Shares

Leave A Comment?

U bent geen robot, toch? * Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.