500 of 1000 euro: “Conservatief bijklussen is mens onwaardig!”

Wat zijn belastingen?

Om dit te weten moeten wij eerst definiëren wat belastingen zijn. Een goede definitie van onze belasting zou zijn : “ Een belasting is een, door de overheid, gevorderde, eenzijdige en gedwongen bijdrage, waar geen tegenprestatie tegenover staat, welke de overheid gebruikt om haar kosten van algemeen nut te dekken”.

Benjamin Franklin zei reeds in de 18de eeuw : “Wij weten dat er slechts twee zekerheden zijn in het leven, en dat is de dood en dat wij ieder jaar belastingen moeten betalen”. Gelukkig sterven wij niet ieder jaar.

Maar wanneer zijn nu eigenlijk de belastingen, zoals wij ze kennen ontstaan ?

Een beetje geschiedenis

De grotbewoners leefde reeds in een gemeenschap waarbij er een taakverdeling was. De jagers stonden toen al een deel van hun jacht af, zodat andere bv de grotten konden beschilderen. Eerst werd er nog een vrijwillige bijdrage in natura, zoals vee en graan, gegeven aan de stamhoofd en later aan de koning, farao of keizer.  Belastingen kregen dus al snel een verplichtend karakter. Het geld werd niet langer enkel gebruikt om elkaar te helpen maar, en vooral, voor de pracht en praal van de toenmalige one percent te bekostigen.

Het geld werd niet langer enkel gebruikt om elkaar te helpen maar, en vooral, voor de pracht en praal van de toenmalige one percent te bekostigen.

De meeste auteurs vermelden als eerste echte belasting, de veroveringsbelasting. In de oudheid werden volkeren uitgemoord, waarbij het goed van de uitgemoorde volkeren maar één keer opbracht. Nadien moest het overwonnen volk aan de overwinnaar een jaarlijkse belasting betalen, waarvoor zij in ruil in mochten blijven leven. Deze jaarlijkse belasting bracht natuurlijk meer op dan de éénmalige opbrengst.

Het waren, hoe kan het ook anders, de oude Grieken die een volgende progressieve stap zette in de geschiedenis van belastingen.

In de 6de eeuw voor Christus hervormde Solon de belastingen. Hij ontwierp het “timocratisch” systeem waardoor de belastingen gekoppeld werden aan de opbrengsten. De bevolking werd in vier  categorieën onderverdeeld, waarbij elk een aangepaste bijdrage moest leveren. Bovendien moesten zij ook dienen in het leger en regelde deze indeling van de vermogensklassen ook het niveau van deelname aan het politieke maatschappelijk leven. Eerst betaalden de burgers enkel indirecte belastingen, zoals de douane- en octrooirechten, boetes en toneelbelasting. Door de Pelopponesische oorlog (431-404 voor Chr.) was er echter nood aan geld en werd de “eisphora” ingevoerd. Dit was een progressieve inkomsten-belasting die rond 400 voor Christus van toepassing was.

Toen de Romeinen een groot deel van Europa bezette, rondom het begin van onze jaartelling tot omstreeks 476 na Christus, voerde zij een grondbelasting in, genaamd “Tribitum soli”. Dit was een van de belangrijkste belastingen van die tijd. Met deze opbrengsten werden forten gebouwd en wegen aangelegd. Ook in het oude Rome kende men het timocratisch principe, dat was ontworpen door Servius Tullius. De bevolking werd hierdoor ingedeeld in vijf duidelijk onderscheiden klassen, afhankelijk van hun fortuin. In feite was zij waarschijnlijk een verfijning van een reeds bestaand systeem, verbonden met de instelling van het “tribitum”, een directe belasting op kapitaalbezit. Het was voor politieke en fiscale doeleinden dat zij werden onderverdeeld in vijf bezitsklassen.  De inkomsten die uit deze belasting werden verkregen werden aangewend voor het leger.

…een directe belasting op kapitaalbezit.

In tegenstelling tot het sterke Romeinse gezag, kende de Middeleeuwen een verbrokkeling van de macht en verdwenen de financiën in de private sfeer. Niets was centraal geregeld en het heffen van belastingen was een zaak van de lokale besturen (graafschappen, bisdommen, enz.) en waren vooral voor eigen rekening. Op fiscaal gebied bleven enkele Romeinse belastingen bestaan zoals de census, de tollen en de diverse diensten en prestaties. De fiscale basis van de feodale maatschappij werd echter gevormd door de grondcijns en de tiende. De tiende was een heffing die gelijk was aan een tiende van het inkomen dat men moest afstaan.

Wie nog wat meer wil lezen over het ontstaan van belastingen, die kan dat achteraan.Ik hoop echter dat de spreekwoordelijke frank is gevallen, een vlaktaks is ook een middeleeuws idee!

…een vlaktaks is ook een middeleeuws idee!

We springen nu even voort naar het ontstaan van België. Want na de middeleeuwen kwamen belastingen terug uit de privésfeer en ondergingen ze progressieve hervormingen.

Anders gezegd, onder deze regering zijn de nieuwe middeleeuwen gearriveerd!

Op 4 oktober 1830 riep het “Voorlopig Bewind” de onafhankelijkheid van België uit en in februari 1831 was de constitutie van het nieuwe koninkrijk klaar. België werd een grondwettelijk parlementaire monarchie. Dit had ook zijn gevolgen voor de openbare financiën. Artikel 110 van de nieuwe grondwet bepaalde dat er  geen belasting ten behoeve van de staat kon worden ingevoerd dan door de wet, dus door een beslissing van het parlement. De Koning en de regering konden de wetten enkel uitvoeren. Bovendien moest voortaan jaarlijks over de belasting worden gestemd. Volgens artikel 112 van de grondwet werd er ook een gelijkheid voor alle belastingplichtige ingeschreven. Dit betekent echter geen verbod op progressieve belastingtarieven. De basis van het belastingregime werd echter overgenomen van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Tot 1919 zou er weinig veranderen, met uitzondering van enkele kleinere wijzigingen.

Tijdens de eerste naoorlogse jaren kwam er pas een grondige belastinghervorming tot stand. Het systeem van de directe belastingen, dat nog dateerde uit de Hollandse tijd, werd vervangen door 3 types belastingen. Het patentrecht werd vervangen door een bedrijfsbelasting op winsten met een progressieve heffing. De grond- en mobiliënbelastingen bleven bestaan. De belasting op meubilair, huurwaarde, deuren en vensters werd vervangen door een supertaks op de globale roerende, onroerende en bedrijfsinkomsten, die in 1930 werd hervormd tot aanvullende personele belasting. De tekens en indiciën (deuren, balkons, enz.) werden afgeschaft, maar werd in 1938 als aanvullend bewijsmateriaal opnieuw ingevoerd. Op vlak van indirecte belastingen werd er vernieuwing doorgevoerd. In 1921 kwam er een overdrachtsbelasting, in 1923 een factuurbelasting en in 1926 een taks op de verhuring van roerende goederen, een taks op vervoer en een weeldetaks. Deze belastingen zouden echter worden vervangen in 1971 door de BTW. Sindsdien kwamen er geen fundamentele wijzigingen meer. Wel kwam het herhaaldelijk tot tariefveranderingen of tot vernieuwingen in de berekeningswijze.

De conclusie is evenwel dat geen belastingen betalen en alles overlaten aan de private sfeer zo conservatief is dat het idee terug te brengen is naar de middeleeuwen. Net zoals het hanteren van één belastingstarief. Tot de twintigste eeuw kwamen de belastingen en bedes veelal in handen van een beperkte welbepaalde groep. Naarmate onze eeuw naderde, kwamen de belastingen ten goede van het algemeen nut. Anders gezegd, onder deze regering zijn de nieuwe middeleeuwen gearriveerd!

Netto verdienen is niet enkel uiterst conservatief maar…

Niet enkel de overheid zal geen inkomsten ontvangen, waardoor we weer vele zaken naar de private sfeer zullen verschuiven zoals in de middeleeuwen, maar ook onze sociale zekerheid derft geen inkomsten waardoor ook basisbehoeften zoals onze gezondheidszorg onder druk komen te staan. Wie twijfelt, dit kon je deze week lezen: “Zorgpremie van 50 euro volstaat niet.” We gaan dus onder deze regering van 25€ naar 50 en meer, terwijl we een federale sociale zekerheid hebben die deze kosten zou moeten dekken.

Bovendien, en toch belangrijk om te weten: “Wie in het systeem stapt, zal netto bijverdienen maar geen sociale rechten opbouwen en dus ook geen pensioenrechten.” Als je dat geschiedkundig gaat bekijken kom je volgens mij uit bij slavernij. Wel de modernere versie dan die van de middelleeuwen natuurlijk. Maar of we daar dan trots op moeten zijn?

Bovendien valt de maatregel beuwst bestaande jobs aan. De sectoren waarin je mag bijklussen zijn er die al onder druk staan. De regering organiseert op deze manier de concurrentie met de reguliere en gekwalificeerde tewerkstelling in de zorg- en welzijnssector (kinderopvang, bejaardenzorg, jeugdzorg, gehandicaptenzorg…) en met de dienstenchequesector. Geen idee of jullie vrienden of familie hebben die hun job gegarandeerd zullen verliezen door dat bijklussen, ik alvast wel.

De maatregel richt zich in eerste instantie tot wie al werk heeft of gepensioneerd is. Dit zet de deur wagenwijd open om nog meer te saneren op onze pensioenen. Om onze koopkracht nog verder te doen afnemen. Want laten we vooral niet vergeten dat wij het enige Europese land waren waarbij dit jaar de koopkracht afnam beste mensen! Een progressieve aanpak zou gericht zijnop de creatie van échte banen. Jobs, jobs, jobs!

Een vraag die iedereen zich toch zou moeten stellen is daarom  de focus niet ligt op werk voor wie werkloos is? De vraag stellen is ze beantwoorden hoor. Het zijn bewuste keuzes die enkel de conservatiev visie van afbraak moet dienen, daar waar progressieve opbouw nodig is!

Het zijn bewuste keuzes die enkel de conservatiev visie van afbraak moet dienen, daar waar progressieve opbouw nodig is!

Zoals beloofd, nog wat geschiedenis

We gaan dus verder na de middeleeuwen.

Met de Bourgondiërs kwam de moderne staat onze gewesten binnengewaaid, dit betekende centralisatie van de instellingen en rationalisering van de belastingen. Deze modernisering werd geleidelijk ingevoerd. De financiële politiek werd gekenmerkt door het afschaffen van monopolies, protectionisme en vrijstellingen. De moderne staat werd geschraagd door een administratie die werd bemand met moderne ambtenaren. Dit waren rechtsgeleerden en financiële experts die in loondienst werkten voor de vorst, en dus omwille van hun financiële afhankelijkheid volgzamer waren. In de 12de eeuw groeide de bede uit tot een vaste belasting voor de derde stand : de taglia.

De Franse Revolutie (1789) vond haar directe aanleiding in een belastingverhoging die het gevolg was van de enorme geldelijke steun aan de Amerikaanse Revolutie (1776). Trouwens de Amerikaanse Revolutie was het resultaat van een belastingverhoging voor de kolonisten.

Tijdens de 20 jaar dat België bij Frankrijk geannexeerd was, werd er voorgoed komaf gemaakt met het Ancient Regime (absolutistisch Frans bestuur van voor 1789) en feodaliteit. Er kwam een liberalisering van de belastingen en dit stelsel hield stand tot de 1ste wereldoorlog. Van de oude belastingen werden de tolheffingen tussen provincies afgeschaft. Maar er kwamen verschillende vernieuwingen, zo werden de vroegere directe belastingen vervangen door grondbelastingen, kwamen er nieuwe belastingen zoals de patentbelasting en de belastingen op ramen. Verder werden ook de indirecte belastingen, die dateerde van de Oostenrijkse periode, afgeschaft.

 

Spread the love
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Leave A Comment?

U bent geen robot, toch? * Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.