60 jaar geleden. #grenzen

Vanochtend postte ik bovenstaande foto op facebook, vergezeld van slechts één zin: “60 jaar geleden. #grenzen”. Ik gooi wel al eens vaker een visje, gewoon om te zien wat de reacties zijn. Op zich is dat al interessant te noemen. De reacties gingen van kolonialisme, naar fake news, naar dodelijke slachtoffers, het waarom steeds dat verleden oprakelen tot de verhouding tussen Walen en Vlamingen. Zoals gezegd, uiterst interessant allemaal. Maar ik postte die afbeelding wel degelijk met een boodschap. Ze roept bij mij immers heel wat vragen, en bedenkingen, op rond grenzen.

Zo werden er enkele honderden ‘zwartjes’ geronseld in Congo om tentoon gesteld te worden in België. Sommigen wilden omdat ze journalist ofzo waren. Anderen hadden wel wat minder keuze. Voor sommige opende het deuren, anderen wilden niets liever dan terug naar huis gaan. Je kunt dus niet veralgemenen en zeggen dat ze het goed of slecht hadden.

Wie dat probeert, die probeert een grens te trekken.

De expo op zich had wel wat verschillende paviljoenen, echter niet één zoals dat van het koloniale gedeelte. In dit deel waren Kongo, toen nog een kolonie van België, en Ruanda-Urundi, destijds een Belgisch mandaatgebied, ondergebracht. Het had zeven paviljoenen die de technische en menselijke vooruitgang moesten tonen. Daarnaast was er een tuin met tropische planten waarin een village indigène was ondergebracht waar de bezoekers Congolezen in hun leefomgeving konden bekijken.

Meer dan vijfhonderd Congolezen, zorgvuldig geselecteerde évolués en militairen, kwamen over. Évolué was geen abstract begrip, maar een eretitel waaraan tal van privileges verbonden waren. De aspirant-évolués hadden in het koloniale systeem moeten bewijzen dat zij de Belgische tafelmanieren, hygiënische voorschriften, dresscode en dies meer in de praktijk brachten. Tijdens onaangekondigde bezoeken werd er in hun huiskring regelmatig gecontroleerd of ze zich aan de regels hielden. En, wrange ironie van het lot, nu kregen ze een papegaai in de hand gestopt of een rokje in raffia om het middel, attributen waarvan ze totaal vervreemd waren. Ze kwamen uit alle streken van Congo, de nieuwsgierige religieuzen, journalisten, politici in spe, traditionele dansers en militairen, onder andere gekozen voor hun sportieve en muzikale aanleg.

nu kregen ze een papegaai in de hand gestopt of een rokje in raffia om het middel, attributen waarvan ze totaal vervreemd waren

Dat is voor mij een eerste grens. Congolezen die al lang hun stammen verleden ontgroeid waren, moesten zich overdag gedragen als een stel wilden om nadien dingen te kunnen bezichtigen en mensen te mogen ontmoeten. Zo moesten alle dagen opnieuw enkele ‘inlanders’ in prauwen eindeloos een meer overvaren, zichzelf begeleidend met ritmische gezangen. Moesten dus. Niet willen. Een tweede grens was ook de afbakening van de village indigène. Al de andere paviljoenen hadden geen omheining, dit wel. En als laatste werd de grens van de onmenselijkheid overschreden toen men met bananen begon te gooien naar de Congolezen. Het is onder andere mee de aanzet geweest tot de vroegtijdige sluiting van de village indigène.

Er waren echter ook ‘positieve’ dingen op te noemen. Congolozen ontmoette voor de eerste keer andere Afrikanen, spraken met andere mensen van andere culturen en bezochten plaatsen die men in Congo nooit kon, of mocht, bezoeken. De Expo heeft nooit direct aanleiding gegeven voor de onafhankelijkheid van Congo, at most zit er ergens wat inspiratie die men heeft meegenomen vanuit Brussel. De grootste aanzet zal gekomen zijn vanuit het feit dat andere Afrikaanse landen zich ook begonnen te bevrijden, of bevrijd hadden, van de koloniale bezetter(s).

Anders gezegd, dat zijn momenten uit de geschiedenis waarvan we zouden moeten leren. Want het was een moment waarin de, koloniale, wereld een grote verandering onderging.

En dan is het terecht om de vraag te stellen of we wel genoeg geleerd hebben? Want vandaag horen we politici pleiten om grenzen te sluiten. Pleiten om anderen de kans ontzeggen om voor de eerste keer andere streekgenoten te ontmoeten. Te spreken met andere mensen van andere culturen en plaatsen te bezoeken die men nooit kan, of mag, bezoeken. Pleiten om terug, meer, omheiningen te plaatsen.

Want sommige omheiningen zijn nog nooit echt weg geweest in België. Al decennia aan een stuk laten we toe dat mensen die meekomen met een bepaalde immigratiestroom zich op natuurlijke wijze mogen, moeten, segregeren. De mijnmigranten mochten, moesten, allemaal samenhokken. En dat proces is met nieuwe golven van immigratie nooit gestopt. Sterker nog, die segregatie maakt vandaag onderdeel uit van het beleid. Zo bouwt men in Antwerpen volop appartementen die verkocht worden aan prijzen van ettelijke honderden duizenden euro’s tot bedragen met zes cijfers. De bedoeling is simpel. Een grens bouwen, rijke mensen in het stadscentrum lokken en armoede verdrijven naar de rand. Zeker geen immigranten ontvangen. Zeker geen sociale appartementen toelaten. Opnieuw een soort van omheining installeren is de boodschap.

Sterker nog, die segregatie maakt vandaag onderdeel uit van het beleid.

Bovendien is de manier waarop wij nu naar andere mensen kijken ook niet erg positief geëvolueerd. Met ‘andere’ bedoel ik mensen die verschillen in geloof, taal, kleur, religie,… Noem maar op. Dat we daar nog steeds met een bepaalde angst naar kijken dat bewijzen we met de regelmaat van de klok. Mister gay België werd in elkaar geslagen, omdat hij gay is. Een donkere pakjesbezorger omdat hij niet blank is. Een transgender kreeg veel complimenten maar ook de onnodige onmenselijke drek over zich heen. Een vrouw die niet wordt lastig gevallen in bepaalde plaatsen van het land, het lijkt een unicum.

Zijn dat nu eigenlijk grenzen die we zelf trekken, of trekken anderen die voor ons?

Is het niet zo dat niet alle Moslims terroristen zijn, maar wel veel? Of, bijna, alle Marokkanen dieven. En mensen uit Zwart Afrika meestal de verkrachters. Of herken je deze gedachtegang: “Oh nee, er komen vluchtelingen in ons dorp! Nu wordt er constant ingebroken en worden al onze dochters verkracht!” Dat zijn dus allemaal grenzen die nog steeds in ons hoofd zitten, en bovendien wordt dat beeld de laatste jaren vanuit politieke hoek steevast versterkt. Die anderen zien wij vandaag in 2018 ook nog steeds, of is dat opnieuw, als beesten.

Het is simpel samen te vatten hoor: “De bananen van gisteren zijn de facebookcommentaren van vandaag.”

Iemand schreef dat zijn grootmoeder had geroepen dat het vandaag al veel beter is dan vroeger. En dat mens kan het weten, ze is blijkbaar honderd jaar oud. Top! Maar dat ene zinnetje dat ik schreef, de reacties erop en de dagelijkse realiteit rondom ons bewijst dat we er bijlange nog niet zijn. Nog niet bijna zelfs.

En de vraag die ik mij op dit moment het meeste stel: “Zijn we al die grenzen nog steeds aan het afbreken, of bouwen we ze net terug op?”

Spread the love
  • 27
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
    27
    Shares

Leave A Comment?

U bent geen robot, toch? * Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.