De Duitse leugen!

Al jaren hoor je (neo)liberale adepten orakelen over de wonderen die hun rechtse visie heeft groot gebracht. Eerst was er de Keltische tijger, die evenwel stierf onder het puin van diezelfde (neo)liberale ideologie. Maar gelukkig heeft men Scandinavië nog én niet te vergeten de grootmacht van Merkel: Duitsland. Men stoeft al jaren over een land waarvan vandaag geweten is dat drie miljoen werkende Duisters in armoede leven. En de mensen die dus echt willen weten wat de (neo)liberale droom betekent, awel, daar heb je hem. Moderne slavernij, waar de slogan ‘loon naar werk’ van alle inhoud werd beroofd.

Maar laat ons misschien eens wat voorbeelden onder de loep nemen.

Het idee van de gouden driehoek uit het noorden van Europa, Denemarken, valt daar bijvoorbeeld onder. Er zijn geen lange opzegtermijnen of hoge ontslagvergoedingen in Denemarken. De bescherming tegen willekeurig ontslag is tot een minimum herleid. Iedereen kan bijna letterlijk van de ene dag op de andere op straat komen te staan. Vanaf je drie maanden vruchteloos naar werk hebt gezocht, word je onderworpen aan een strikte controle en opvolging. Werkzoekenden die geen onderbetaald werk of scholing aanvaarden, worden volledig uitgesloten van een vervangingsinkomen. Daar staat tegenover dat de werkloosheidsuitkering tamelijk hoog is in het begin, tot 70 à 80 procent van het vroegere loon. Maar hoe dan ook zijn ze van korte duur. Dat zijn de pijlers van de Deense gouden driehoek. Best goede dingen wat onze regering betreft, maar ik heb zo mijn bedenkingen.

Waarom?

Wel, een eerste gevolg van de ‘gouden driehoek’ is dat er in Denemarken een scherp onderscheid is ontstaan tussen werknemers. Langs de ene kant word je gedwongen om constant van job naar job te springen. Zo ontstaat de superflexibele werknemer, iemand zonder vast contract en bijgevolg zonder veel rechten, want je krijg niet de kans om verworvenheden op te bouwen. Het gevolg is dat er bij die werknemers een totale onzekerheid ontstaat over hun toekomst. Een groot aantal van hen komt bovendien ook nog eens terecht in slecht betaalde jobs, want er is geen minimumloon in Denemarken. En dan komt het natuurlijk: wie langer dan een jaar werkloos is, krijgt een tilskudsjob[1] (tijdelijke, voor de werkgever gesubsidieerde baan). In ‘The flexible Danish labour market – a review’ deden drie Deense professoren van het ‘Centre for Labour Market Research’ (CARMA), voor het departement politieke wetenschappen aan de universiteit van Aalborg, een uitgebreid onderzoek. Zij concludeerden dat je in Denemarken zes maanden oninteressant werk moet doen voor een gering loon, waarna de werkgever een nieuwe gesubsidieerde kracht in dienst neemt en je dus automatisch weer op straat komt te staan.

Dat betekent dan wel dat je zeventig tot tachtig procent van dat laatste onderbetaalde loon ontvangt als uitkering, maar zeventig of tachtig procent van niets, is uiteindelijk nog minder dan niets! Je komt dus in een negatieve spiraal terecht waar je nog maar moeilijk zal uitgeraken aangezien je loon steeds verder blijft afnemen. En wat te denken van werknemers die kiezen voor een job binnen de richting van hun studies of vorige werkervaring? Zij hebben weinig tot geen kans meer om opnieuw in dat arbeidscircuit te geraken. Het gevolg is dat zij uiteindelijk mee moeten draaien in de carrousel van ongekende flexibiliteit en jobonzekerheid. Zulke zaken zorgen natuurlijk voor een sneeuwbaleffect. Er is in Denemarken een enorm aantal jobwissels op jaarbasis. Weinig vaste contracten zorgt immers automatisch voor periodes van werkloosheid. In de loop van één jaar verandert zowat één op de drie werknemers van job, en daarmee is Denemarken het land met het snelste verloop van arbeidsplaatsen.

Door al die werkloze periodes tussen twee jobs steeg dan ook weer het aantal uitkeringsgerechtigden. Zo wordt steeds weer verzwegen, door de liberale aanhangers van de gouden driehoek, dat tussen 1960 en 2002 het aantal uitkeringsgerechtigden in Denemarken is gegroeid van ongeveer 200.000 tot 800.000 voltijdse personen. Dat is één vierde van de volwassen bevolking. Een gigantisch aantal. Het is dus niet al goud dat blinkt in die zogenaamde gouden driehoek. Bovendien is dat ook maar een deel van de Deense sociaal-economische cultuur. Zo wordt door de liberale aanhangers van het systeem ook altijd verzwegen dat Denemarken een hele sterke openbare sector heeft en een heel hoge tewerkstellingsgraad in de sociale diensten, dubbel zo hoog als bij ons. Die sterke openbare sector en de hoge tewerkstellingsgraad in de sociale diensten moeten worden betaald. Dat resulteert in een hogere belastingdruk dan bij ons. Het belastingsysteem in Denemarken is progressief. Hoe hoger het loon, hoe groter het aandeel in belastingen dat men betaalt. De breedste schouders dragen de zwaarste lasten. In een recente enquête kozen de Denen trouwens massaal voor meer belastingen om aan allebei te kunnen blijven voldoen. In 2010 titelde Gazet Van Antwerpen dat de Deense regering een speciale bankrekening opende waarop honderden rijke Denen, vrijwillig, geld stortten om het land recht te houden tijdens de crisis.[2] Het is dus niet alleen politiek incorrect om niet het hele verhaal te brengen, het schept bovendien een compleet foute perceptie van wat haalbaar is. De gouden driehoek importeren zonder de sterke openbare en sociale sector is een onhaalbare kaart, tenminste als je een toekomst wilt voor al alle burgers en niet alleen voor een bepaalde klasse. Want dan kies je bewust voor een klassenmaatschappij.

En wat met Duitsland?

En ook Duitsland heeft wel goede ideeën wat onze regering betreft. Het land zette sterk in op zijn lagelonenbeleid en de afbouw van hun sociale zekerheid richting een sociale onzekerheid. De desastreuze Hartzhervormingen fuseerden de sociale bijstand en werkloosheidsuitkering tot een vaste som van 382 euro per maand, gekoppeld aan de voorwaarde dat je om het even welke job moet aanvaarden.  De twee meest in het oog springende jobs zijn de één-euro-jobs waar ik het al eerder over had en de zogeheten mini-jobs. In mei 2013 lanceerde Open Vld, onder leiding van Gwendolyn Rutten,[3] het idee om het concept van die mini-jobs uit Duitsland te importeren naar België. Een maand later, tijdens een studiedag van de N-VA, laat Ben Weyts verstaan dat ook N-VA pro mini-jobs is.[4] Wat geen van beiden vertelt, is dat mini-jobs deeltijdse contracten zijn tegen een vergoeding van 400 euro per maand, die werkgevers vrijstellen van bijdragen. De werknemer van zijn kant bouwt geen rechten op zoals pensioen en heeft bovendien ook geen recht op een ziekteverzekering. Het aantal mini-jobs is in Duitsland, tussen 1996 en 2008, spectaculair toegenomen, met 73 procent. Zo werkt één op de de zes werknemers in Duitsland nu met zo een mini-job. In ‘Flexibilité et différenciation du travail en Allemagne’’’ doen Eugen Spitznagel (IAB research institute) en Susanne Wagner (IFRI research institute), onderzoek naar het Duitse model en het aantal mensen dat werkt in dat systeem van mini- en één-euro-jobs. Zij komen tot de vaststelling dat we momenteel moeten spreken van een atypische, niet-vaste tewerkstelling die, tussen 1996 en 2008, van 27 procent naar 39 procent gestegen is.[5]

De realiteit is dus dat vier op de tien Duitsers werken voor maximaal 400 euro per maand, of voor één euro per uur, en dat ze daardoor ongewild bestaande vaste jobs onder druk zetten. Want dat is het logische gevolg. Er ontstond met Hartz een lawine die veel goedbetaalde jobs, met dito voorwaarden, meesleurde en verwoestte. En niemand kan voorspellen wanneer de lawine zal stoppen. Die mini-jobs en één-euro-jobs geven dan ook nog eens een compleet vertekend beeld van de werkloosheid. Je zal het onze regering niet snel horen zeggen, maar mensen die minder dan vijftien uur per week werken, in mini-jobs of één-euro-jobs, vallen niet onder de werkloosheidstatistieken in Duitsland. In ‘Chomage, la face cachée du miracle allemand’ doet journalist Marc Meillassoux onderzoek naar het Duitse ‘werkloosheidsmirakel’. Hij toont aan dat er geen sprake is van een mirakel maar wel een catastrofe. Volgens Marc Meillassoux telde Duitsland in 2011 drie miljoen statistische niet-werkende werkzoekenden en zes miljoen niet-statistische wel-werkende werkzoekenden. Duitsland had in 2011 dus maar liefst negen miljoen werkzoekenden.[6] Op een totale bevolking van 83 miljoen mensen is dat maar liefst elf procent. Maar niet al die 83 miljoen mensen zijn werkplichtig! Trek daar de schoolgaande jeugd en gepensioneerden af en het werkloosheidscijfer ligt nog veel hoger. Dat overstijgt zelfs de gewalloniseerde statistieken. Wat zijn we daar nu mee, is dat het mirakel waarop wij zitten te wachten?!

Het valt mij trouwens op dat meer en meer mensen mee beginnen roepen met het liberale mantra dat uitkeringsgerechtigden maar moeten werken voor hun uitkering. Maar die mensen hebben net een uitkering omdat ze geen werk vinden. Als ze dan moeten werken omdat ze een uitkering krijgen, betekent dat toch dat er werk is? Dan is het toch logisch dat je daar een fatsoenlijk loon voor krijgt? Je moet je maar eens afvragen in hoeverre zo’n één-euro-werker jouw job zou kunnen doen en wat de gevolgen daarvan zouden zijn.

[1] The flexible Danish labour market – a review, Carma research papers, april 2005.

[2] ‘Rijke Denen betalen vrijwillig extra belastingen’, in: Gazet Van Antwerpen, 7 augustus 2010.

[3] Open VLD wil dringend werk maken van mini-jobs, op: deredactie.be, 24 mei 2013.

[4] Slotwoord studiedag door Ben Weyts, Werken in België, werken aan België, 15 juni 2013.

[5] Spitznagel, E. en Wanger, S., ‘‘Flexibilité et différenciation du travail en Allemagne’’, in: Regards sur l’economie allemande, nr.104, 2012, pp.8-9.

[6] Meillassoux, M., ‘Chomage, la face cachée du miracle allemand, http://www.myeurope.info.’

Spread the love
  • 79
  •  
  • 2
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
    81
    Gedeeld

Leave A Comment?

U bent geen robot, toch? * Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.