Een videoref voor de videoref

Eigenlijk vind ik het wel leuk, zo nu en dan een scheidsrechterlijke dwaling. Het draagt bij tot de beleving van een wedstrijd. Tot je natuurlijk gratuit bestolen wordt. Bestolen van winstpremies als speler. Als supporter van de sportieve winst, die je ploeg weer dichter bij haar einddoel brengt. Neen, dan is het plezante er wel af. Als scheidsrechters Waasland bestelen tegen RSCA, dan is er niets leuk meer aan en groeit de frustratie. Groeit het ongenoegen.

Daarom is een oplossing noodzakelijk.

De videoref dus, die moe(s)t voor dé oplossing zorgen. “Helaas pindakaas”, roepen ze over de taalgrens. De videoref blundert even hard als menig scheidsrechter ervoor. Erger nog, hij doet dat regelmatig bewust, en dat voor de ogen van voetbalminnend België. Dat heeft zo zijn gevolgen en ik heb het deze maal niet over winstpremies en sportief gewin of verlies. Neen, ik heb het over dát extra sportieve dat iedereen wel kent, maar slechts weinigen echt luidop durven te verkondigen.

“Zouden scheidsrechters omkoopbaar zijn?”

“Ja”, is het enige juiste antwoord. De naam Prendergast is het levendige bewijs voor elke Belgische voetbalsupporter dat de man in het zwart soms wedstrijden manipuleert. Maar durven ze dat ook bij ons? Het antwoord op die vraag zweefde jaren lang tussen hemel en aarde, maar daar lijkt nu een abrupt einde aan te komen. Meer en meer begin je een theorie te lezen op sociale media, te horen voor en na een wedstrijd over het maakbare van het voetbal.

De theorie gaat als volgt: “Scheidsrechters zijn omkoopbaar, het is een bijverdienste. Door het invoeren van de videoref zien zij hun bijverdienste in gevaar komen. Gelukkig, voor hen, gaat het nog steeds maar om de eerste maanden. Als ze zelf aantonen dat een videoref eigenlijk niets bijdraagt aan het spel, erger nog, misschien zelfs van negatieve invloed is dan zal de goegemeente al snel beginnen roepen om het af te schaffen. En het moment dat dit gebeurt hebben de scheidsrechters hun buit binnen. Letterlijk en figuurlijk dus.”

En die roep tot afschaffen weerklinkt nu al, want Hugo Camps schreef deze ochtend nog:”Kunnen we terug naar oude tijden. Laat de videoref zichzelf opheffen.”

Gaan we dat toelaten? Want dan blijft de uitkomst dat we als voetbalsupporters opnieuw geconfronteerd gaan worden met schabouwelijke vertoningen zoals enkele weken geleden op Waasland. Of afgelopen vrijdag op Mambourg. Zondag in Jan Breydel.

Neen dus, laten we maar ineens door de zure appel bijten.

Want er bestaat een heel simpele oplossing voor het probleem. Één die in andere sporten ook gebruikt wordt: de videoref voor de videoref. Geef elke ploeg twee à drie mogelijkheden tot het challengen van een beslissing. Gebruik hiervoor de beelden van diegenen die de wedstrijd uitzenden. Laat die beelden zien op het groot scherm dat tegenwoordig in elk stadion aanwezig is. Op die manier maak je ook ineens komaf met dat eeuwig gelul over wat de videoref wel en niet te zien krijgt op dat kleine zwarte bakje. Elke supporter kan bovendien meekijken naar die beelden waardoor de beslissing aanvaardbaar zal worden.

Gedaan met dat stelen van winstpremies en sportieve prestaties.
Gedaan met verhalen over de omkoopbaarheid van scheidsrechters.
Gedaan met het eeuwige gezeik over de videoref.

Waar blijft die videoref voor de videoref!

Spread the love
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Leave A Comment?

U bent geen robot, toch? * Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.