Het is de schuld van de multicul!

De multicul werkt niet…

Ik word 47 binnenkort. Opgegroeid in volledig blanke scholen. Kleuter, lager en middelbaar.

In het lager zaten leerlingen die hun huiswerk altijd netjes op tijd af hadden, net zoals er waren die dat al eens durfden te vergeten. Je had brave kinderen, en diegenen die de klas op stelten probeerden te zetten. Er waren er die tijdens de dagelijkse stop, na de schooldag, in de winkel netjes afrekende voor het stukje chocolade dat ze kochten, en je had er die slechts voor een deel van wat ze hadden gekozen betaalden. Ja, je had er zelfs die voor niets betaalden. Er waren kinderen die, nadat ze ’s avonds gingen buitenspelen op tijd thuis kwamen. Sommigen onder hen waren zelfs altijd te vroeg thuis. Anderen dan weer steevast te laat.

De eerste twee middelbare jaren verscheen het eerste pestgedrag. Dikkere kinderen, diegenen met puisten of met een handicap vormden de spreekwoordelijke minderheid en moesten er (dagelijks) aan geloven.

Vanaf het derde verhuisde ik naar Bazel, en dat als Antwerpenaar. “Gij ze ene van ’t stad zeker?!”, werd een gezegde dat ik dagelijks meermaals te horen kreeg. Zelfs nu nog, zoveel jaren later. Er is geen ontkennen aan. De Vlaamse samenleving is dat gevoel in diversiteit als Vlamingen onder elkaar zelfs nog niet overstegen. Den boerenbuiten versus het stad, daar waar de samenleving al eens durft te stoppen. Wie kent dat niet? Wie heeft dat nog nooit meegemaakt?

Niemand!

We begonnen uit te gaan. Het is te zeggen, sommigen bleven altijd thuis. Anderen waren regelmatig van de partij, net zoals er waren die je overal tegenkwam. Sommigen hielden het bij frisdrank terwijl zat zijn voor anderen een wekelijks ritueel bleek te worden. Hier en daar volgde er al eens een opstootje. Ambras. Tot het duidelijk werd dat ook daar regelmatig dezelfde personen tussenzaten. De ruziemakers. Vechtersbazen. Het crapuul.

Met het ouder worden verschoven de geneugten van het leven. Sommigen begonnen met drugs te experimenteren. Die ze kochten van medeleerlingen, of vrienden van. De ene was weekendgebruiker geworden, de andere kon geen dag meer zonder. Nog voordat je het goed en wel besefte verkochten ze zelf, of moesten ze op onwettelijke manieren op zoek naar geld om in de behoeften te voorzien.

Veel van wat je dan al had gezien in je leven kwam terug op de eerste job. Stad versus boerenbuiten. Bazenpoepers versus de rest. De profiteur die ’s maandags zijn kater er af sliep, en diegenen die van zichzelf vonden dat ze altijd het meeste werkten. En vooral beter waren dan de rest. Déjà vu, of niet soms?

En nu, 47 jaar later is er nog niets, maar dan ook niets veranderd. Allez, buiten dan diegenen die vandaag de inzet zijn geworden. Of zij die het morgen zullen zijn.

Want als we morgen alle Moslims hebben buitengesmeten, dan richten we ons wel terug op de Roma zigeuners. Als die weg zijn verleggen we de focus opnieuw naar die zatte Oostblokers. En als de laatste Jood het licht heeft uitgedaan, dan kunnen we weer lekker beginnen onder elkaar. Iets wat dus ook nog nooit is gestopt.

Het is flauwekul om alle schuld te steken op de multicul.

Je eigen relaties zijn moeilijk. Alle dagen opnieuw. Je werkt er aan en doet er alles aan om samen te blijven. En toch kent iedereen koppels die het niet gehaald hebben. Die niets dan slechts over elkaar te zeggen hebben. Gezinnen waar kinderen en ouders vervreemd zijn van elkaar. Geliefden, vrienden of familie draai en keer het zoveel je wil, dat is hetzelfde als een samenleving. Je wil daar in investeren, of je wil dat niet. Met dat grote verschil: “Uit een maatschappij kan je niet zomaar uitstappen, en je kan er geen groepen uitsmijten omdat ze je niet aanstaan.” En dat is maar normaal ook.

Was iedereen vroeger te laat thuis?
Was elke leerling een pester in de middelbare school?
Kijkt elke stadsmens neer op iemand van den boerenbuiten, en vice versa?
Zat iedereen die uitging aan de drugs?
En werd elke drugsgebruiker daarom automatisch een crimineel?

Ik zal nog een voorbeeld geven. De idioten die een dure wagen huren voor één dag, om vervolgens door de straten te scheuren en autostrades af te sluiten, die hun wangedrag moet er uit. Maar ik ben al twee keer op een Moslim trouwfeest geweest. Met enkele honderden genodigden per keer. Het enige waar men toen schuldig aan was, dat was aan veel lawaai maken en uitbundig vieren. En ik ken ook het tegenovergestelde, waar Moslimvrienden kozen om het te vieren in intiemere kring. Of ergens ver weg.

De reden van dit voorbeeld zal ik ook nog even meegeven. Ik maak van u geen racist als je dat wangedrag veroordeelt. Zelfs niet als je iemand bent die dat wangedrag misbruikt om al die anderen, die onschuldig zijn aan het wangedrag van deze enkelingen, over dezelfde kam te scheren. Maar wat je dan wel bent, dat is onverdraagzaam. Wat op zich weer de deur open zet tot discriminatie. En hoe je het ook draait of keert: “Onverdraagzaamheid en discriminatie laten eender welke relatie altijd weer mislukken. En dat werkt altijd in twee richtingen.”

De dag dat we echt hebben geprobeerd, dat we het wangedrag hebben kunnen scheiden van datgene dat ons als mensen altijd zal verbinden, als op dat moment blijkt dat we nog steeds niet kunnen samenleven, dan zal ik de eerste zijn om te zeggen: “Het is de schuld van de milticul.”

Maar ondertussen heb ik teveel vrienden met een ander kleurtje, en exotische voor –en achternamen om beter te weten. Nog meer dan dat het de schuld is van die minderheid die het steeds weer verkloot voor de rest, is het onze schuld omdat wij ons weer steeds aan datzelfde verhaal laten vangen. De stigmatisering van vele onschuldigen door het wangedrag van enkelen.

Spread the love
  • 65
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
    65
    Shares

Geef een reactie