Mijn eerste werkdag

Wie mij kent weet dat, voor wat de werkomgeving betreft, in mijn loopbaan de vakbond belangrijk is geweest, net zoals veiligheid. En vandaag begint er weer een nieuw hoofdstuk in wat dan heet: je professionele loopbaan. Wil je weten wat ik vandaag doe, scroll dan naar de laatste paragraaf. Wil je weten hoe het allemaal is gelopen, begin dan bij de volgende zin.

Ik werk al geruime tijd. Als jongere deed ik allerlei klusjes, tijdens mijn studies combineerde ik dat, niet constant natuurlijk, met interimjobs. Stage liep ik in een onderhoudsdienst waar ik ook telkens vakantiewerk deed. Na mijn studies had ik absoluut geen idee wat ik wilde doen en dus trok ik gedurende twee jaar het bestaan als interimmer door. Bovendien kwam ik op de arbeidsmarkt tijdens het eerste deel van de jaren negentig, een tijd waarin het woord werfstop nogal populair was onder werkgevers.

Stagiair was gewoon een andere term voor goedkopere werkkracht.

Het mag dan ook niet verwonderlijk heten dat mijn eerste werkervaring in de petrochemische sector kwam onder de vorm van een stagecontract. Kort gezegd: de werkgever moest je ‘slechts’ 90% betalen van het normale loon. Toen ik mijn contract tekende ging ik er vanuit dat ik na dat eerste jaar wel vast zou worden aangenomen. Halverwege dat contract had ik al lang gesnopen dat dit nooit zou zo zijn. Stagiair was gewoon een andere term voor goedkopere werkkracht. De job die bleef, net zoals de job inhoud, enkel de stagiair veranderde jaar na jaar.

Daar deed ik mijn eerste projectjes, maar was ik vooral verantwoordelijk voor de planning van het elektrisch en mechanisch onderhoud. Bureauwerk dus, en toch verdeelde ik mijn middagpauzes tussen de arbeiders en bedienden. Kaarten deden we overal. Verhalen vertellen ook. En al was het ondertussen een tijdje geleden gebeurd, aan beide tafels kwam regelmatig het verhaal naar boven over een collega die was gestorven tijdens de afdeling in één van de opslagtanks. Ik heb dat verhaal dus meermaals gehoord, maar het was pas later dat ik zou beseffen hoe hard zoiets blijft hangen.

Toen de boodschap kwam dat mijn termijn er op zat, één of ander lulkoekverhaal over dat als ze mij zouden aannemen ze nog iemand extra zouden moeten aannemen, voelde ik mij pas echt bedrogen. Een jaar gewerkt, 10% onder het loon dat ze zouden moeten betalen, om dan vast te stellen dat je voor geen enkel ander systeem nog in aanmerking komt omdat je al een jaar gewerkt had.

Interimmen dan maar. Opnieuw. En wat bijverdienen in de bouw en horeca. Zes maanden later, want zolang duurde het voordat je opnieuw ‘in aanmerking’ kwam, zou ik mij voor een tweede maal in de sollicitatiecarroussel begeven.

Dichter bij huis vond ik een volgende job. Een eerste keer in shiften, in het labo, opnieuw petrochemie. Nooit iets van chemie gekregen op school, buiten dan enkele basis experimentjes, en dus was ik uitermate benieuwd hoe ik het er daar van zou afbrengen. Tijdens mijn eerste werkdag werd ik direct geconfronteerd met een nieuwe realiteit. Tijdelijke contracten waren goed voor vier keer zes maanden werken, en dan stopte het verhaal. Het waren mijn collega’s die me dat vertelden, tijdens de sollicitaties had men mij nochtans anders beloofd. Bovendien bleek toen ook dat ik op vrijdag en zaterdag twaalf uren moest presteren, omdat men dan geen zondaguren zou moeten betalen. Ook dat was men tijdens de sollicitatie ‘vergeten’ zeggen. Opnieuw werd ik gereduceerd tot een goedkopere werkkracht, zonder zicht op een vaste baan. Eén van mijn toenmalige collega’s was delegee, en die wist te zeggen dat het jammer genoeg het maximale was geweest dat men er tijdens onderhandelingen had uitgehaald. Andere collega’s spraken dat tegen. Wist ik toen veel dat ik mij jaren later probleemloos in die mens zijn gevoelens zou kunnen inleven.

Die eerste dag besliste ik voor mezelf dat ik tijdens mijn laatste verlenging opnieuw solliciteren zou. Op zoek zou gaan naar een vaste baan.

Zo gezegd, zo gedaan, en ik vond nogal snel een nieuwe job. Ik ben iemand die veel waarde hecht aan principes en correct zijn, dus nadat ik mijn vast contract had getekend bij mijn nieuwe werkgever ging ik mijn manager hiervan op de hoogte brengen. Onwaarschijnlijk was dat. Over mij zat een man die mij plots begon uit te kafferen, terwijl het diezelfde man zou zijn die mij enkele weken later zonder pardon, en met een of ander flauw excuus, zou zeggen dat er geen vaste job inzat.

Het is pas als je daar dieper over nadenkt dat je beseft hoe weinig je eigenlijk weet van elkaar.

In de afgelopen 18 à 19 maanden was ik van het labo al eens in de productie binnen gesukkeld, had ik weer wat extra ervaring opgedaan. Iets wat je nooit teveel kan hebben, dat besefte ik gelukkig toen al. Een extra voordeel van jezelf op andere werkplekken binnen te murwen is dat je andere mensen leert kennen. Eén van hen stond naast mij in de gang van de kleedkamers. Eigenlijk moet ik zeggen ik naast hem, want hij werkte er al langer. En had een contract van onbepaalde duur. Het is verbazend hoeveel je zegt tegen elkaar in die tien minuten als je naast elkaar staat bij het begin, en het einde, van de shift. Het is pas als je daar dieper over nadenkt dat je beseft hoe weinig je eigenlijk weet van elkaar.

Echter, tot op de dag van vandaag ken ik hem nog bij naam. Zie ik zijn gezicht perfect voor mij, en hoor ik het hem nog regelmatig zeggen: “Als er niets gebeurt.” Het was zijn stokpaardje als ik zei: “Tot straks.”

Mijn laatste werkdag was tijdens de nachtshift. In het labo stond de algemene radio waarop je alle conversaties van de shiftmedewerkers kon horen. Ik had er nog nooit bij stilgestaan dat dit een reden had. Dat dit doodgewone labo het zenuwcenter werd bij een calamiteit, en dat ik dat van dichtbij zou meemaken tijdens die laatste nacht.

Ik hoorde plots de stem van de man waar ik al maanden naast stond, en ik dacht direct aan zijn stokpaardje. Hij zat gevangen, ergens in de hoogte op een platform, toen de boel in brand vloog. Het valt met geen woorden te beschrijven als je iemand om hulp hoort schreeuwen. Het is volkomen onrealistisch wat collega’s op dat moment allemaal proberen om hem te helpen. Zowat iedereen draait een knop om en begint op automatische piloot te reageren. De tijd die kruipt tergend traag verder. De collega heeft jaren in het ziekenhuis gelegen, kreeg verschillende huidtransplantaties en leeft tegenwoordig in zijn huis, maar mag nooit meer buiten komen.

Als de nachtshift gedaan was, en ik een laatste maal door de poort naar buiten wandelde, dan zwoor ik dat ik vanaf dan alles, maar dan ook echt alles, zou doen om ervoor te zorgen dat mensen op een zelfde manier naar huis zouden gaan, dan dat ze waren gekomen. En als het mogelijk was zich zelfs beter zouden voelen.

Veiligheid was, en is, sinds die nacht een absolute prioriteit voor mij.

Bovendien maak ik mij nog steeds kwaad als ik hoor dat er mensen zijn die durven beweren dat enkel ondernemers risico’s nemen. Elke twee dagen sterft er in België iemand ten gevolge van een arbeidsongeval. Dat zijn meer dan 180 mensen per jaar, die niet meer thuiskomen, gewoon omdat ze gaan werken zijn. Probeer dat maar eens in geld uit te drukken. Probeer mij er maar eens van te overtuigen dat het risico dat een werknemer loopt minder groot is dan het financiële risico van een ondernemer.

Een retorisch vraag, moest je het nog niet begrepen hebben.

Ik kwam vervolgens in mijn eerste KMO terecht. Petrochemie ingeschreven in het paritaire comité van de logistiek. Werken in een sector voor 2/3de van het loon dat je zou moeten krijgen. Dat was dus geen fictie, dat was realiteit. Verplicht meetings bijwonen in je vrije dagen, zonder daar overuren voor te krijgen. Op dagen dat je vrij was verplicht een beeper dragen, zodat ze je konden opbellen, zonder daar een vergoeding voor te krijgen. De lijst is te lang om op te noemen en de reden dat dit kon was ook heel simpel, de KMO hield bewust de vakbonden buiten. Ik vond het allemaal wat onwezenlijk en na 18 maanden hield ik het daar voor bekeken, en gingen we akkoord met ontslag in wederzijds overleg. Maar tijdens die 18 maanden had ik mij wel ingezet voor de veiligheid. Suggesties maken en meetings bijwonen in verband met veiligheidsverbeteringen, dat deed ik met plezier. Dat smaakte ook naar meer.

In de logistieke petrochemie – de term alleen al – werkte ik als bediende en daarom had ik enkele maanden ontslagpremie gekregen. Na drie weken solliciteren had ik echter al een nieuwe job gevonden. Het was te zeggen. Ik moest van mijn toekomstige werkgever mijn zes maanden opzeg uit doen, dan konden ze mij laten starten als startersbaan, opnieuw op basis van tijdelijke contracten, en kregen zij premies en ik de kans om intern te solliciteren. Win-win klonk het bij de personeelsdienst.

Ik dacht er niet teveel bij na, tekende mijn contract en in tussentijd ging ik opnieuw interimmen, en hier en daar wat bijklussen. Tijdens de weken die volgden had ik via via wel vernomen dat een tijdelijke daar zijn kansen kreeg bij interne sollicitaties. Ik zou dus vol voor die win-win gaan.

Halverwege mijn tweede verlenging was het al zover, er kwam een vacature vrij, ik solliciteerde en kreeg mijn tweede vast contract ooit. Het was een bedrijf dat veiligheid hoog in het vaandel droeg, en ik participeerde in elke veiligheidswerkgroep die er bestond. Een heel leerzame periode. Jammer genoeg was er ook een sluiting geweest van één van de afdelingen op de site, en de afdeling waar ik werkte stond er ook niet al te bijster voor. De vakbond kwam wel eens langs, om wat info te geven en te luisteren naar de grieven van de collega’s, maar veel konden zij ook niet veranderen aan de situatie. Na vijf jaar besloot ik om nog eens te veranderen van werkgever. Als je elke dag op het werk te horen krijgt dat het wel eens je laatste werkdag zou kunnen zijn, dat het voortbestaan van de afdeling aan een nauw draadje hangt, dan vreet dat aan je. Ik had vast werk, maakte me dus niet direct zorgen en ging op zoek naar een job die me wat langer zekerheid zou geven. Ter info: Ondertussen werd ook die afdeling ginder gesloten.

En zo belande ik bij Total. Ondertussen had ik wel wat ervaring opgedaan. Onderhoud, projecten, planning, labo, productie in verschillende processen van extrusie tot destillatie, en er kwam er nog één bij die de cirkel eigenlijk rond zou maken. Ik kwam terecht bij het off-sites gedeelte van de petrochemie. Schepen verladen enzo.

Op die afdeling liepen twee geëngageerde delegees rond. Één van hen ging met pensioen en ze vroegen mij of ik interesse had om over te nemen. Ik zegde direct ja, want het was mij ondertussen duidelijk geworden dat als je echt aan veiligheid wou werken, je mee aan tafel moest. Aan die tafel zitten maar twee groepen zijnde de werkgever -of werknemersvertegenwoordiging. Trouwens, na al de farcen die ik had meegemaakt, waardoor ik regelmatig te weinig werd betaald, was ik wel eens benieuwd hoe dat zo allemaal in zijn werk ging.

Het allereerste dat ik deed, toen ik lid werd van het CPBW (comité preventie en bescherming op het werk), was een studie maken van ons accident-incident rapporteringssysteem. Ik haalde er tekortkomingen uit en stelde verbeteringen voor. Mijn ervaring had me ondertussen overtuigd van het nut dat werken met data heeft. Statistieken kunnen nuttig zijn, als ze op de juiste manier gebruikt worden.

Veiligheid was, en is, sinds die nacht een absolute prioriteit voor mij

Veertien jaren gingen voorbij, en ik leerde veel. Heel veel. Op gebied van veiligheid, onderhandelen, omgaan met collega’s en oplossingsgericht denken. Altijd ben ik principieel en respectvol gebleven, en eigenlijk koste dat ook geen moeite.

En dan is er het leven. Komt er een dag waarop je lichaam beslist dat het gedaan is met fysieke arbeid. Je dat moet vertellen tegen je omgeving. Zoals altijd was ik daar heel open in, en wachtte af. Soms beslissen anderen over het verdere verloop van je beroepsleven, en dat zou voor mij niet anders zijn. Mensen van wie ik kansen verwachtte deden de deur dicht, anderen waarbij ik de kans minder reëel achtte opende ze, zij het schuchter.

Ik kreeg de kans om mij om te scholen tot preventieadviseur. Het onderwerp, voor mijn eindwerk, dat ik daarbij koos was niet het makkelijkste, maar twee jaar later mogen de resultaten zeker gezien worden. Het zorgde ervoor dat de deur werd opengezet naar een tweede project. Een volgende kans om mij te bewijzen, en eentje die ik maar al te graag aannam. “Of ik een nieuw rapporteringsprogramma naar het TOTAL platform in Antwerpen wou brengen?”, was de vraag. “Natuurlijk!”, het antwoord. Gaandeweg overtuigde ik ook anderen binnen de TOTAL groep en toen de vraag kwam of ik datzelfde programma wilde coördineren binnen die groep, heb ik geen seconde getwijfeld. Ik beloofde om het project af te werken en kreeg de belofte dat ik nadien zou mogen vertrekken.

De redenen dat ik ja heb gezegd zijn legio. De uitdaging, eens een andere werkomgeving, meer verantwoordelijkheid,… Maar de belangrijkste is misschien ook de simpelste uitleg, want ik schreef het al: “Wil je werken aan veiligheid dan moet je mee aan tafel zitten.” Via de vakbond doe je dat door jezelf kandidaat te stellen, wil je langs de andere kant van de tafel zitten dan moet je daarvoor opklimmen. En sinds die nacht is er nog niets verandert aan het feit dat ik wil werken aan veiligheid. Of het lukt, dat opklimmen, dat zullen we wel zien. Maar ondertussen kan ik toch al deels werken voor, en deels aan, veiligheid.

En dat vind ik toch al heel wat.

Groetjes vanuit Brussel, en af en toe Parijs!

Sven

Spread the love
  • 262
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
    262
    Shares
  1. Succes makker! Blij dat jij nu aan de andere kant van de tafel mag zitten. Ik ben er zeker van dat je een goed oor en oordelingsvermogen hebt! Het ga je goed daar, bedankt voor het leuke jaar in de ‘kazerne’ 😉

Leave A Comment?

U bent geen robot, toch? * Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.