Waarom ik niet voor een kerncentrale ben

Eerst en vooral, ik ben geen kernenergiespecialist. Verre van zelfs. En toch wil ik graag een poging ondernemen, in gewone mensentaal, om te duiden waarom ik niet voor kernenergie ben, laat staan het bouwen van een nieuwe kerncentrale.

De veiligheid van een kerncentrale

Sinds 1950 zijn er tien incidenten geweest met kerncentrales die zwaar scoren op de INES-schaal. Ze liggen ook gespreid over verschillende decennia. Je kan dus gerust stellen dat er bijna elk decennium een zwaar incident heeft plaatsgevonden met een kerncentrale. Studies wijzen trouwens uit dat er wereldwijd 80 incidenten per jaar zijn met kerncentrales.

Nochtans, zo stellen verdedigers van kerncentrales, is kernenergie het veiligst.

Ik wil dat best geloven al is daar wel een maar aan verbonden. Vliegen is bijvoorbeeld ook de veiligste manier om jezelf te verplaatsen. In verhouding gebeuren de minste incidenten met vliegtuigen en sterven er daardoor ook het minst aantal mensen. Alleen zijn daar twee dingen over te zeggen. Eerst en vooral sterven ze niet in kleine getale op het moment dat het mis gaat. Zelden een vliegtuigramp gezien waarbij ‘slechts’ twee personen sterven en al de rest zonder schrammetje het vliegtuig komt uitgewandeld. Twee, als ik op een vliegtuig stap is dat mijn eigen keuze.

Net zoals in de vliegindustrie is ook een kerncentrale onderhevig aan een streng veiligheidsbeleid. Helaas zegt dat niets over het voorkomen van, enkel over het proberen voorkomen. In verhouding zijn er weinig incidenten, maar als het fout gaat zijn de potentiële gevolgen alvast zwaar te noemen. En iemand anders beslist of ik dat risico moet lopen.

De kerncentrale en het milieu

“Kerncentrales zijn ook het minst slecht voor het milieu!”, stellen de verdedigers. Ze vergelijken dan meestal met het zonnepaneel dat elders ver weg wordt gebouwd, en dan tot hier moet geraken om vervolgens nog steeds voor vervuiling te zorgen.

Dat klopt ook, al vind ik dat we hier ook een maar mogen bijplaatsen.

Immers, een kerncentrale bestaat uit duizenden onderdelen. Die onderdelen worden allemaal wel ergens gebouwd, waarschijnlijk ook binnen bedrijven die hun aandeel hebben in de vervuiling. En al die onderdelen moeten tot aan de bouwwerf geraken. Naar die bouwwerf rijden enkele jaren aan een stuk, dagelijks enkele honderden wagens met daarin werknemers. En ’s avonds rijden die allemaal terug naar huis. Op de werf rijden ook nog eens tal van vervoersmiddelen. Staan aggregaten en worden al die onderdelen in elkaar gezet met andere onderdelen, die veelal ook nog eens worden aangedreven. Bovendien heb je weer zaken als lijm en cement nodig om sommige van die onderdelen met elkaar te verbinden. Ook die zaken worden ergens gefabriceerd en moeten op de ene of de andere manier tot op de bouwwerf geraken. Als de kerncentrale dan uiteindelijk af is, rijden er nog steeds dagelijks vele wagens naartoe om te gaan werken, net zoals er dagelijks anders voertuigen rondrijden in en rond die centrales. Leveranciers, postbezorgers, inspecties,… Noem maar op. En al die kerncentrales hebben dagelijks onderhoud nodig. Opnieuw onderdelen en middelen die ergens worden gefabriceerd, en opnieuw tot aan die kerncentrale moeten geraken. En dan heb ik het nog niet over de grote stilstanden die eens om de zoveel tijd nodig zijn, en waar al die voorgaande onderdelen en middelen weer in overvloed zijn terug te vinden.

Over dat zonnepaneel wil ik ook een maar kwijt. Het kan zijn dat het ontwikkelen er van, en nadien het transporteren met het uiteindelijke gebruik vervuilend zijn. Maar eens dat ze er liggen moet er niemand meer naar omkijken de komende twintig tot vijfentwintig jaar.

De kerncentrale en onze energiefactuur

Het bouwen van kerncentrales kost geld. Afgeschreven of niet, dat doet er zelfs niet toe wat mij betreft. Het bouwen van kerncentrales betekent nog steeds dat je een basisbehoefte als energie overlaat aan de markt waardoor prijzen uit de pan zullen blijven swingen. Dat kost geld. Veel geld.

Als je als overheid echter investeert en op elk dak zonnepanelen legt, waarbij je een vast bedrag qua verbruik vraagt, dan ga je tegen die vrije markt in. Als je als overheid zorgt dat je zelf zonnepanelen fabriceert en plaatst, creëer je bovendien werkgelegenheid. Wat geld zal opleveren.

Mijn kernboodschap is deze: hoe meer wij, al dan niet met de hulp van de overheid, investeren in groene energie, hoe minder afhankelijk we worden van de energiemarkt. Wat ook betekent dat wij minder interessant gaan worden voor de spelers op die energiemarkt. En overal ter wereld gebeurt hetzelfde met dingen die niet meer interessant zijn voor de vrije markt, die doet men van de hand. Het is op dat moment dat onze overheid onze energievoorziening terug volledig in eigen handen kan pakken.

Een energiebeleid is daarom voor mij een ideologische keuze. Energie voor de bevolking of voor de vrije markt. Ik kies het eerste. En u?

Spread the love
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Leave A Comment?

U bent geen robot, toch? * Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.