Gedachten rond een verbindende politiek: ideologisch vertrekpunt

Als we morgen een Waalse en Vlaamse metser samen op de werf zetten, wel dan zullen zij samen beginnen metsen. Sterker nog, zet een niet-Belg samen met een Belgische metser, of zelfs twee zijnde die Vlaming en Waal, en ze zullen samen werken. Bovendien zal men gaandeweg willen leren van elkaar, en elkaar helpen als het kan. Kort gezegd: “Mensen die samen werken, zoeken veelal naar oplossingen.”

Dat we al meer dan een jaar zonder regering zitten heeft niets te maken met Vlaanderen en Wallonië. Het heeft veel, zo niet alles, te maken met het feit dat politici hun job niet langer kennen, kunnen of zelfs willen doen.

Ik vind van mezelf dat ik ideologisch redelijk links ben. Sommigen noemen mij daarom communist. Anderen hebben mij wel al eens fascist genoemd. Racist zelfs. Eerlijk? Het kan met wat. Belangrijk voor mij is dat ik links door het leven probeer te gaan. Iets wat, toegegeven, niet altijd lukt.

Ik vind van mezelf dat ik ideologisch redelijk links ben

Als ik iets wil verduidelijken, dan grijp ik soms terug naar wat ik ken. Zo ben ik bijvoorbeeld ‘woordvoerder’ geweest. In mijn ‘partij’ – dat staat bewust tussen haakjes – zaten vertegenwoordigers voor arbeiders, bedienden én kaderleden. Voordat wij met een voorstel naar de andere ‘partij’ konden gaan, vloeide er dus wel wat spreekwoordelijk water door de Schelde. zelfs al was het water veel te diep, toch slaagden wij er steeds in om een compromis te vinden. Bij de collega’s van die andere partij zaten evenzeer vertegenwoordigers voor arbeiders, bedienden én kaderleden. Met een gezamenlijk compromis trok ik nadien de wijde wereld in. (lees: elk voorstel werd besproken met de werkvloer.) Veelal werd er zelfs een stemming georganiseerd om te zien of we moesten bijsturen. En uiteindelijk ging ik dan met dat voorstel aan de onderhandelingstafel zitten. Over het eindresultaat volgde opnieuw veelal een stemming.

Om maar te zeggen …

Ik ben nooit naar die onderhandelingstafel gestapt met een document waarin ik mij ideologisch kon vinden. Ideologische accenten, die zaten er soms wel in. Gelukkig maar. Evenzeer waren er tal van momenten – het overgrote deel trouwens – waarop ik iets diende te onderhandelen waar ik, vanuit een ideologisch perspectief, helemaal niet kon achter staan.

Op zulke momenten was het simpel voor mij: “It’s a dirty job, but someone has got to do it.”

Zij noemen dat verantwoordelijkheid nemen. Ik noem dat egoïsme.

Dat is dan volgens mij ook het grootste probleem binnen het politieke momenteel. Partijen en hun woordvoerder(s), die willen de wereld vormen zoals zij die ideologisch zien. Eerder dan te willen zien dat de wereld een mix van ideologieën is en dat die dus niet gevormd kan worden. Als men de kans krijgt om een steentje in de rivier te leggen, dan zegt men neen. Enkel als men de rivier kan verleggen wil men engagement nemen. Zij noemen dat verantwoordelijkheid nemen. Ik noem dat egoïsme.

En die ideologische politieke reflex is naar mijn aanvoelen ook veelal ingegeven door een vorm van zelfbehoud. “Liever iets, dan niets”, luidt het gezegde.

Jammer genoeg passen ‘onze’ politici dat maar al te vaak op zichzelf toe, en zo goed als nooit op ons.

Kijken politieke partijen teveel naar hun ideologie eens ze moeten beginnen werken?
Spread the love
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Leave A Comment?

U bent geen robot, toch? * Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.