“Mama, zit jij eigenlijk in armoede?”

Hieronder een eerste samenvatting van de dagelijkse realiteit dat zij meemaakt. Een voltijds werkende, alleenstaande moeder van twee. Jammer genoeg krijg ik veel reacties van mensen die het wel willen vertellen, maar vragen om het niet te delen. Soms uit schrik dat mensen uit de omgeving het gaan herkennen. Veelal echter uit schrik voor de vele negatieve reacties.

“Mama, zit jij eigenlijk in armoede?”

Met die vraag sloeg mijn dochter vorige week mijn dag aan diggelen.

Twaalf is ze nu, zoekend naar antwoorden. “Natuurlijk niet!”, wilde ik antwoorden. Ik twijfelde, want ik weet maar al te goed dat we het financieel niet breed hebben. Het feit dat zij nu die vraag stelde, was wel even slikken.

Dus ik vroeg haar: “Wat weet jij over armoede?”

“Wij hebben daar op school iets over gezien mama. Dat is een soort van web, en eens je daar in zit, is het nog heel moeilijk om daar uit te geraken. Armoede is bijvoorbeeld als je geen geld hebt voor vrije tijd of hobby’s. Of als je geen geld meer hebt om nog eten te kopen.”

Mijn kinderen hebben mij al vaak zien huilen, al probeer ik dat zoveel mogelijk te verbergen. Voor mij kan het leven echter soms zwaar zijn. Heel zwaar.  En al zit ik al jaren in dit straatje… zo’n directe vraag van een van je kinderen, dat zet toch even de wereld op zijn kop.

Zit ik in armoede? Eerlijk, ik zou het niet weten. Ik weet dat ik elke maand hard moet vechten om alle rekeningen te betalen. En nee, meestal lukt me dat niet. Toch niet binnen de gestelde termijnen. Ik verlies maandelijks het gevecht tegen de bierkaai. Maar armoede? Zo had ik het nog nooit willen, kunnen of durven noemen.


Maar armoede? Zo had ik het nog nooit willen, kunnen of durven noemen.

Voor de mensen die mij nu al veroordelen: “Ja, ik heb foute beslissingen genomen in mijn leven. Ja, ik heb de verkeerde mensen teveel vertrouwen geschonken. En ja, ik ben te goed voor deze maatschappij.”

En dat meen ik echt.

Mijn vertrouwen in de mensen is echter een van de weinige dingen die mij nog overeind houden. Als mensen het al niet meer goed voor kunnen hebben met mensen zoals mij, wat moet er dan nog worden van deze wereld? Gelukkig zijn er ook anderen. Daarom ben ik nog altijd goed van vertrouwen, gewoon omdat ik zelf zo in elkaar zit. Alleen is niet iedereen even eerlijk, en moet ik al jaren constateren dat ik regelmatig ten prooi val aan mensen die misbruik maken mijn goedheid. “Hoe naïef kan je zijn”, hoor ik sommigen denken. “Eigen schuld, dikke bult!”, geloof me, jij bent niet de eerste die dat er eens lekker inwrijft. Maar vertel mij eens: “Wat ben ik nog zonder het geloof in mensen?”

Sinds vorige maand heb ik een leefloon van het OCMW.

Ik ben recent mijn job verloren. Het dossier heeft nadien enorm lang aangesleept. Omdat er een stuk inkomen wegviel zijn we direct op zoek gegaan naar een nog kleinere woonst. Mijn vorige huisbaas gebruikte echter alle trucs van de foor en nam mijn volledige huurwaarborg af. Ik had er geen rekening mee gehouden, geen waarborg krijgen en toch een andere moeten betalen. Zo gaat dat dus: ik zit extra diep in schuld.

Ik heb dus geen eigendom. Geen spaargeld. Ik leef letterlijk van dag tot dag. Als alleenstaande met een loon van 1300 euro netto sprong ik al niet ver. Dat gaat nu dus nog moeilijker worden. Zonder werk, en ik kan me geen wagen veroorloven om de zoektocht te vergemakkelijken.

Waar is het fout gelopen, vraag ik mij dan af. Wat doe ik toch verkeerd?

Mijn maatschappelijk assistent probeert me gerust te stellen: “Je bent zeker niet de eerste, de enige of de laatste. Er zijn tegenwoordig heel veel mensen die niet meer rondkomen. Jij doet niks verkeerd. Onze maatschappij loopt verkeerd.” En ik weet dat ze gelijk heeft. Bij het OCMW zie ik mensen waarvan ik weet dat die hard werken en ook niks overhouden.

Nee, ik schaam me niet om naar het OCMW te gaan hoor. De tijd dat dat zogezegd voor de ‘sociale gevallen’ was, zoals dat zo netjes werd verwoord, ligt al lang achter ons. Ik ben geen sociaal geval, al zeg ik het zelf. Ik heb misschien geen diploma middelbaar, maar dat heeft mij niet belet om een mooi CV bij elkaar te werken: multinationals, Europese Commissie, bank, boekhouden,… Ik vind wel opnieuw werk, daar niet van.

En toch…toch zit ik nu met tranen in mijn ogen dit stukje te schrijven.

Binnenkort is het oudjaar. Dan staan mijn kinderen daar weer, met hun nieuwjaarsbrief. De jongste dan, want de oudste is net in september naar het middelbaar gegaan. Maar een cadeau, dat zit er al jaren niet meer in. Geen kerstboom hier. Geen cadeautjes. De vraag die de komende weken mijn gedachten weer zal vullen is de volgende: “Durf ik mensen uit te nodigen, en hen te vragen om geen cadeautjes mee te brengen, maar wat gewoon drinken en een snackje, om zo een gevulde tafel te hebben?”

Over een goeie maand word ik 40… Ik had me mijn leven anders voorgesteld. Een leven met veel minder tranen, met veel meer plezier. Dat in ieder geval.

Hoe ben ik hier toch in terecht gekomen? Ben ik echt de enige? Ligt het nu allemaal echt aan mij alleen? En hoe kom ik hier terug uit?

Het voelt als een achterstand die ik nooit meer kan inhalen…”

Spread the love
  • 298
  • 5
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
    303
    Shares
Tagged:

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.